Formele rechtskracht  

Hoge Raad verwerpt in zijn arrest van 25 mei 2012 het verweer van de Luchtverkeersleiding Nederland (LVNL) dat zij niet door Chipshol op haar (onrechtmatige) handelen kon worden aangesproken omdat zij slechts als  adviseur van andere overheden optrad ten behoeve van diversen besluiten.

Heropening dossier Beusenberg vs. Haarlemmermeer

Hof Amsterdam heropent de procedure eerder bij het hof aanhangig vanwege het achterhouden van stukken van beslissende aard door de gemeente Haarlemmermeer.

Beusenberg verwijt de gemeente bevriende relaties op ontwikkelingslocaties te hebben bevoordeeld. Als raadslid ontving hij in 2010 stukken die een geheel andere licht werpen op de eerder gevoerde procedure(s).  

"Naar 's hofs oordeel heeft de gemeente stukken achtergehouden die als stukken van beslissende aard in de zin van art. 382 Rv moeten worden aangemerkt.
Dit oordeel wordt mede ondersteund door de omstandigheid dat Beusenberg in alle processtukken in de eerdere procedure had aangegeven dat de gemeente informatie achterhield en zich niet transparant heeft opgesteld jegens Beusenberg (en anderen).
Voorts neemt het hof in aanmerking dat aanhoudende geruchten over mogelijke onregelmatigheden bij grondtransacties in de gemeente Haarlemmermeer - onder andere op locatie De Liede - aanleiding is geweest voor de gemeenteraad van Haarlemmermeer tot het instellen van een forensisch accountantsonderzoek naar alle grondtransacties die vanaf 1994 hebben plaatsgevonden in de gemeente. Dit onderzoek is uitgevoerd door Ernst & Young, die, na het onderzoek te hebben aangevangen, het college van B&W heeft verzocht om de opdracht tussentijds te beëindigen, omdat
"wij niet in kunnen staan voor de omvang en aard van het complex van feiten en omstandigheden dat in het onderzoek betrokken zal moeten worden", zulks mede tegen de achtergrond van lopende rechtszaken over de dossiers ‘Wilhelminahoeve’ en ‘De Liede’. Het onderzoek van Ernst & Young is daarop beëindigd door de gemeente
."

Economische crisis

Artikel 61 Onteigeningswet biedt de mogelijkheid het onteigende terug te vorderen indien drie jaar na de onteigening nog geen aanvang is gemaakt met de realisatie van hetgeen waarvoor is onteigend. Normaal gesproken doet een dergelijke situatie zich niet snel voor, bij de huidige recessie is dit iets waarop partijen beducht moeten zijn.

Pas op de plaats voor Crematorium

De rechtbank Amsterdam heeft bij uitspraak van 27 december 2011 de vergunning voor de realisatie van een crematorium op de Noorderbegraafplaats te Amsterdam vernietigd. De rechtbank oordeelde dat een telefonische enquête een ongeschikt middel vormde om de behoefte te bepalen (Vonnis rechtbank Amsterdam d.d. 27 december 2011, Awb 11/1054 WRO inzake bewoners Jeugdland).

"O&S heeft de behoefte aan een crematorium in 2006 onderzocht door middel van een telefonische enquête. In het rapport is vermeld dat geen niet-westerse allochtonen hebben deelgenomen. Zowel verweerder als eisers hanteren als uitgangspunt dat de niet-westerse allochtonen vanwege, onder meer, religieuze overwegingen vrijwel niet kiezen voor crematie. De rechtbank is met eisers van oordeel dat dit ertoe leidt dat deze telefonische enquête geen geschikt middel was om tot een representatief beeld van de wensen van de gehele bevolking van Amsterdam Noord te komen en dat verweerders conclusies op basis van het O&S rapport, op dit onderdeel niet afdoende draagkrachtig zijn. Echter, ook indien van dit onderzoek wordt uitgegaan, heeft verweerder zich voor zijn conclusies niet kunnen en mogen baseren op de bevindingen van O&S (..) Gelet hierop is het niet begrijpelijk dat verweerder constateert dat er voldoende behoefte aan de komst van een crematorium bestaat." 

Achter de schermen, broncodes

De voorzieningenrechter van de rechtbank Haarlem oordeelde dat de verplichting een tekst van een website te verwijderen met zich mee kan brengen dat ook voor bezoekers van de website niet direct zichtbare broncodes moeten worden verwijderd (Vonnis d.d. 2 december 2011, KG ZA 11-414).     

"SWK heeft haar aanspraak op de dwangsomnen voorts gebaseerd op haar stelling dat Digikeur niet tijdig op alle pagina’s van haar website de woorden “het webshop keurmerk” heeft verwijderd. (..) op de website van Digikeur [is] door middel van het gebruiken van de rechter niuisknop de broncode van die website is te zien (..) anders dan Digikeur is de voorzieningenrechter van oordeel dat een vermelding in de broncode van een teken waarvan de rechter het gebruik heeft verboden wel een overtreding van dat verbod kan opleveren. Dat vooral gelet op het feit dat woorden in een broncode van invloed zijn voor de vindbaarheid een bedrijf op google. (..) terecht heeft Digikeur echter opgemerkt dat het uitgangspunt van het vonnis van 7 juni 2011 is om de verwijzing naar of en verwarring met het keurrnerk van SWK door het gebruik van het teken HET WEBSHOP KEURMERK te voorkomen en niet om het gebruik van de woordcombinatie ‘webshop keurmerk’ te monopoliseren. Zo bij deze door SWK gestelde overtreding door digikeur van het vonnis van 7 juni 2011 daarvan al sprake is, is de voorzieningenrechter gelet op het vorenstaande en op de beperkte omvang van de eventuele overtreding er niet van overtuigt dat de bodemrechter, indien geadieerd, voor recht zal verklaren dat Digikeur daarvoor enige dwangsom, laat staantot een bedrag van € 500.000,--, verschuldigd is geworden."

Tracé N201

Een poging van de provincie Noord-Holland gronden onmiddellijk in gebruik te krijgen voor het aan te leggen tracé-onderdeel op Schiphol-Rijk via een kort geding is mislukt (Voorzieningenrechter rechtbank Haarlem d.d. 10 november 2011(zaaknummer/rolnummer: 185441 / KG ZA 11-425).     

"De voorzieningenrechter overweegt als volgt. Mede gelet op de grote belangen die aan weerszijden met het project gemoeid zijn, is het opmerkelijk dat de Provincie de - in haar visie - bereikte overeenstemming niet heeft uitgewerkt in een gedetailleerde overeenkomst zoals in een vergelijkbaresituatie met betrekking tot het zogenaamde Groenenbergterrein wel was gebeurd. (..) [het] had voor de hand gelegen dat de Provincie hetgeen in april/juli 2009 was besproken en waarover, naar zij stelt, overeenstemming was bereikt, alsnog had vastgelegd in een tot in detail uitgewerkte overeenkomst. Dit had temeer voor de hand gelegen nu medio 2009 nog geen zicht was op de termijn waarop de ingebruikname daadwerkelijk zou plaatsvinden. In ieder geval had van de Provincie mogen worden verwacht dat zij Chipshol - (kort) nadat de S-variant in oktober 2009 werd verlaten en de keuze werd gemaakt voor de gestrekte variant - erop had gewezen dat, in haar visie, tussen partijen een overeenkomst bestond waaraan zij Chipshol zou houden. Ook daarvan is niet gebleken. Eerst bij brief van 8 juli 2011 (zie hiervoor onder in 2.13) heeft de Provincie Chipshol verzocht te bevestigen dat zij zich gebonden acht aan de in de correspondentie van april/juli 2009 neergelegde afspraken."

Inituïtie rechtbankdeskundigen 

Bij de bepaling van schadeloosstelling bij onteigening oordeelde de rechtbank Haarlem de 'intuïtie van de rechtbankdeskundigen' alleen onvoldoende (Vonnis rechtbank d.d. 27 april 2011, LJN: BQ5185).

"De rechtbank stelt voorop dat geen regel dwingend voorschrijft dat de waarde van het onteigende wordt bepaald met toepassing van de vergelijkingsmethode. Dat neemt niet weg dat moet worden vastgesteld dat zich in de loop der jaren ten aanzien van gronden in de nabijheid van de luchthaven Schiphol een zeer groot aantal transacties heeft voorgedaan. Die transacties zijn lang niet altijd en misschien wel geen van alle vergelijkbaar met de in geding zijnde situatie in de zin van onderworpen aan een identiek planologisch regime. Dit laatste laat zich verklaren door de relatief gecompliceerde planologische structuur in de regio, die bovendien frequent wijzigt. De afwezigheid van volledige planologische overeenstemming kan echter op zichzelf niet billijken dat op al deze transacties geen acht wordt geslagen. Dit klemt te meer, nu alle aangedragen transacties wijzen op prijzen die aanmerkelijk hoger liggen dan de geadviseerde waarde.(..)

Op basis van de thans voorliggende adviezen van de deskundigen kan dan ook geen oordeel worden gegeven over de waarde van de grond, zodat andermaal deskundigenadvies nodig is. De rechtbank acht het, gelet op het voorgaande, noodzakelijk dat dit advies niet, louter, is gegrond op op kennis en ervaring gebaseerd intuïtief inzicht, maar dat daarbij gemotiveerd acht wordt geslagen op vergelijking met de vele transacties die in de regio plaatsvinden."